Ik wilde altijd al schrijver worden. Ik schreef als kind al schriften vol verhalen en vanaf mijn twaalfde begon ik dagboeken bij te houden. Inmiddels ben ik bezig in nummer 52. Ook voor mijn beide kinderen heb ik vanaf hun geboorte dagboeken bijgehouden, waarin ik al hun groeistuipjes, ontwikkelingen, vreugdes en verdrietjes beschrijf.

Ik kwam erachter dat ik zelf te weinig verbeeldingskracht of fantasie had om een goed verhaal te verzinnen. Want naast het schrijven las ik ook heel veel boeken en mijn verhalen werden dan meestal slechte kopieën. De liefde voor het schrijven verdween echter niet. En ineens daagde het me; ik hoefde helemaal niet zelf een verhaal te verzinnen. De verhalen bestaan al! Ze hoeven alleen nog maar aan het papier toevertrouwd te worden. Verhalen verteld door mensen, gewone mensen, mensen zoals u en ik. Mensen die een verhaal hebben, maar het zelf niet op kunnen of willen schrijven.

Ik hou van taal en van schrijven. Ik hou van mooie zinnen, van de smaak en cadans van woorden, van een beeldende woordkeus. Soms maakt één goed gekozen woord op de juiste plek een wereld van verschil in een zin. Ik geniet van het opbouwen van een zin, van het aanpassen, verbeteren en mooier maken. Goede verhalen hebben kracht. Met woorden een stroom aan beelden creëren, daarin zit de magie.

WAAROM DOE IK DIT?
Ik heb een aangeboren fascinatie voor mensen en hun verhalen. Ik had altijd al een hang naar nostalgie en geschiedenis. Ik sprak vaak urenlang met mijn oma over vroeger en haar verhalen waren altijd boeiend. Wat voor haar normale dingen waren, waren voor mij prachtige anekdotes uit een vervlogen tijd. De eerste biografie die ik schreef was die van haar. Het werd een prachtig boek, zo uit mijn oma’s geheugen. Het is heel leuk om terug te lezen. Verhalen uit een tijd die we anders dreigen te vergeten. Haar woorden, haar herinneringen aan jeugdperikelen, haar eerste dienstje, de oorlog en haar gezin. Inmiddels heeft mijn hele familie een exemplaar. Mijn broer heeft de biografie weer aan zijn dochter gegeven; nu leest oma’s achterkleindochter haar levensverhaal. Oma stierf in 2006, maar haar levensverhaal leeft voort.

Als ik met een willekeurig iemand praat, in de wachtkamer bij de huisarts of op een bankje bij het strand; ik bespeur altijd een verhaal. Over iemands jeugd of loopbaan, hobby of huwelijk. Dat zijn de verhalen die ik zoek én de verhalen daar weer achter. Die anekdotes en herinneringen die misschien niet vooraan in het geheugen liggen maar die een levensverhaal glans en diepte geven, en een duidelijke tijdgeest ademen.